Mijn dochter,
Wat mij opvalt, is dat vlindertje bij je. Daardoor krijg ik het volgende woord van de Heer voor jou. Je hoort het de mensen het wel eens zeggen: “Vlinders in je buik”, meestal in de context van verliefdheid. Het is geen bijbels gegeven, maar geloof Mij, Mijn dochter, de gevoelens die Ik voor jou heb, en Ik weet dat het wederzijds is, beantwoorden ongeveer aan dat beeld wat de wereld daarbij heeft. Er gebeurt iets als wij elkaar ontmoeten en elkaar aankijken. Hoe vaker je naar boven kijkt, hoe meer je Mijn gevoelens los maakt. En jij mag in de situatie waarin jij nu bent, van Mij, in de liefde die Ik naar jou uitspreek, verwachten dat Ik jou ook de kracht en de sterkte zal geven die je nodig hebt, want de liefde werkt ook genezend, geloof Mij. Dat jij van Mij houdt werkt genezend voor jouw geest, voor jouw ziel maar ook voor jouw lichaam. En zo bid Ik jou de genezing toe voor jouw lichaam, en gebied Ik die geest van pijn om jouw lichaam te verlaten, en zegen Ik jou met heil en heerlijkheid, en verzacht Ik de wonden, ook al zeg je achteraf dat het is meegevallen. Maar we laten het allemaal achter ons en richten ons op de toekomst. En in die toekomst zal jij op beide benen staan en je beste beentjes voor zetten. Amen.
Mijn zoon,
Ook jij bent geroepen om zegenend rond te gaan. De tijd van angst en onzekerheid ligt ver achter je. De tijd van boosheid ligt achter je. De tijd dat je bepaalde mensen het liefst wat zou willen aandoen ligt nu ook achter je. Maar als je tegenstand van mensen, ja soms zelfs van geestelijke leiders, ervaart, dan moet je ze juist gaan zegenen, want daardoor zet je niet alleen die ander maar ook jezelf in de vrijheid. Zegen ze dan ook altijd vanuit de vrijheid in Christus, vanuit jouw geloof in de Zoon. Want de Schrift zegt: Wie in de Zoon gelooft, is waarlijk vrij. Want alleen als je waarlijk vrij bent, heb je recht van spreken, en kan je je broeder en zuster zegenen. Immers als je met boosheid, teleurstelling of verwijt rondloopt, kan je maar beter voorlopig in de binnenkamer blijven en jezelf zegenen. Mijn zoon, nu is de tijd mag rondgaan om te zegenen. Dat betekent dat je er moeite voor mag doen om de ander te zoeken, bijvoorbeeld de broeder die van God is afgedwaald of de mens die in zonde leeft. Ik weet dat je hebt een profetisch hart hebt, maar je bent toch ook nog altijd evangelist in hart en nieren. Met dit woord wek Ik het evangelist zijn in je op om ook werkelijk rond te gaan, de wereld in om zielen te winnen voor Jezus, want er dreigen nog steeds zoveel mensen verloren te gaan. Ga de gemeente in om de broeders die lauw zijn in stilte te gaan zegenen. Opdat de schare van gelovigen zich, mede door jou, mag uitbreiden en in een profetische troost een bemoediging mag vinden, ja, zelfs genezing sluit Ik niet uit. Amen.
Mijn zoon en Mijn dochter,
Dat moeten we eigenlijk dagelijks doen: elkaar opwekken tot liefde, om elkaar werkelijk lief te hebben zoals Jezus ons lief heeft, ook naar de gemeente toe. Mijn zoon, ga opgewekt naar de gemeente toe hoor, desnoods ga je opwekking brengen. Ik zie overigens dat steeds meer mensen zondags maar liever blijven liggen. Ze hebben er geen zin meer in, ze hebben het zo zwaar. Wat is er toch aan de hand dat de kinderen Gods zo zuchten? Ze hebben hun excuses om thuis te blijven, want ze kijken toch naar Hour of Power? Of ze kijken toch naar die en die broeder op de tv? En dan denken ze dat ze aan hun verplichting voldaan hebben. Maar je kunt je broeder toch niet liefhebben via zo’n beeldscherm? Hoe kan je jouw broeder via dat beeldscherm een heilige kus geven? Mijn zoon, je moet er zelf op zondag in de gemeente zijn. Niet eens voor jezelf, maar voor die ander. Ik zegen jullie om werkelijk als goede krachten aanwezig te zijn. En daarom wil Ik jullie vol maken met Mijn Heilige Geest: wordt met een overlopende maat vervuld met de Heilige Geest. Want Ik heb een bediening voor jullie, een bediening als evangelist en als trooster voor de kinderen van God. Jullie zijn troosters bij uitstek. Op de plek waar jullie samenkomen is behoefte aan troosters, want Ik heb hun geween gehoord, Ik heb hun tranen gezien. Want de strijdlust die ze hebben is een verkeerde strijdlust, waardoor ze elkaar verbijten en zelfs verscheuren. Jullie zijn geroepen om daarin niet mee te gaan maar om te zegenen en om de gewonden te verzorgen en hen met liefde te dienen. Dan worden ze niet genezen door een wonder, maar bewerken jullie toch genezing door jullie liefdevolle verzorging. Maar ook al duurt dat wat langer, Ik noteer dat toch als een wonder. Mijn zoon en Mijn dochter, wees werkelijk geestelijk en niet meer vleselijk, niet meer gericht op uiterlijk vertoon, maar wees gericht op het Koninkrijk dat komt en wat eigenlijk al in jullie is, wat dat Koninkrijk is wat Jezus in Zijn gemeente wilde openbaren.
Amen.


